Participatie is tegenwoordige een toverwoord. Overheden richten zich op samenwerking met bewoners en vice versa is er een grote roep op inspraak en gehoord worden.

Al valt het niet altijd mee om dit in de praktijk toe te passen. Want waarover en tot hoever kunnen bewoners meebeslissen? Hoe zorg je als overheid dat je je verantwoordelijkheden blijft dragen? En, een grote uitdaging vaak, hoe kom je tot gedragen besluiten waarin iedereen gehoord is en niet alleen die paar mensen die altijd al op de voorgrond staan en aan het woord zijn?

Ik heb op het wereldwijde web inspirerende voorbeelden gezien waarin een wijk of kleine stad volledig zeggenschap en verantwoordelijkheid krijgt en neemt over het complete gemeentelijke budget. Wat heel tof en inspirerend is maar voor veel gemeentes nog een flinke stap te ver.

Gelukkig kan het ook in kleine stapjes. Zoals bijvoorbeeld samen tot gedragen afspraken komen over inrichting van een parkje of die van een straat.

Tijdig betrekken, informeren en vooral beluisteren en bevragen is dan essentieel. Bovendien is het nodig om heldere afspraken te maken over de vorm van besluitvorming en het domein van de groep, dus waar wel of niet over gesproken en besloten wordt. Zodat vooraf bij iedereen duidelijk is wat wel en niet kan en wat ieders rol en verantwoordelijkheid is.

Uit mijn eigen werk heb ik een voorbeeld waarbij gemeente en inwoners samen het ontwerp van een parkje maken. Stap voor stap, van grof naar fijn. Eerst met de hele wijk wensen uitwisselen en daarna met een kleine groep afgevaardigden en een ontwerper steeds dieper het ontwerp uitwerken. Elke stap met elkaar bespreken en voors, tegens en nieuwe ideeën inbrengen waarna met consent de volgende stap gezet kan worden. Na vijf bijeenkomsten was er een gedragen ontwerp waar de belangrijkste wensen van de wijk in verwerkt waren.

Voor sommige bewoners was de aanpak met de CONSENT-methode best even wennen. Nu hadden ze écht inspraak, werd er naar hun geluisterd, maar droegen ze ook verantwoordelijkheid. Het gaf vrijheid en mogelijkheden maar het was soms uitdagend om te blijven kijken naar het groepsdoel en de balans behouden tussen eigen belang en dat van de groep. Ook het luisteren naar elkaar was regelmatig even lastig, al zag iedereen de waarde er van in.

Het mooie van alles vond ik dat het parkje al voor de aanleg écht van de wijk was. In het proces ontstond namelijk gaandeweg een grote betrokkenheid: “dit is ons park”. Dit gaf verbinding en ook verantwoordelijkheidsgevoel. Wat maakte dat ik mij geen zorgen maakte of het parkje na aanleg goed gebruikt en netjes zou blijven.

Denk jij ook dat in jouw werk de CONSENT-methode® goed toe te passen is en wil je dat graag eens samen met je collega's ervaren?

Laat ons weten in het commentaarveld hieronder waar jij het denkt toe te kunnen passen en misschien win jij wel een bijeenkomst waar een ervaren spelleider het Ger-Consentspel bij jou komt spelen!

Comment